• Jan Deschoolmeester

Zonder technologie riskeren we in een doodlopend straatje terecht te komen

Jan Deschoolmeester is bio-ingenieur van opleiding, kernlid Liberales en één van de oprichters van Ecomodernisme.be.


Dit artikel verscheen eerder in Knack op 23 december 2020.



Nooit eerder in de geschiedenis werd een vaccin zo snel ontwikkeld. Nadat de genetische code van het coronavirus ontrafeld werd, had biotechbedrijf Moderna slechts een tweetal dagen nodig om hun mRNA-vaccin te ontwerpen. Dit staaltje spitstechnologie toont aan dat de mensheid in tijden van crisis het meest vindingrijk is. Zonder een effectief en veilig vaccin als welgekomen reddingsboei zouden we blijven sukkelen van golf tot golf. Als we niet willen dat het virus baas over ons blijft, dan moeten we innoveren om het virus de baas te worden. Technologische innovatie is niet alleen het machtigste wapen tegen het coronavirus, maar ook tegen alle uitdagingen waar de mensheid mee te maken krijgt. Een van de meest urgente van die uitdagingen is natuurlijk klimaatverandering.


De zoektocht naar het vaccin is als het ware een blauwdruk voor klimaatinnovatie.

Klimaatverandering aanpakken is waarschijnlijk de grootste uitdaging waarvoor de mensheid ooit gestaan heeft, omdat de broeikasgassen die klimaatverandering aandrijven werkelijk overal zijn. De broeikasgassen die we uitstoten in de atmosfeer zijn een onbedoeld neveneffect van onze dagelijkse activiteiten. Arme rijstboeren proberen geld te verdienen met rijstteelt, maar stoten daarbij ongewild methaan uit. Het nieuwe ziekenhuis om de hoek heeft beton en staal nodig, waarbij heel wat CO2 vrijkomt bij de productie ervan. En die mooie reis richting het tropische Mexico? Die stoot uiteraard ook CO2 uit. Maar net zoals we kunnen innoveren om het virus de baas te worden, kunnen we ook innoveren om klimaatverandering de baas te zijn. Rijstgewassen kunnen genetisch verbeterd worden om minder methaan uit te stoten. We kunnen methoden vinden om beton en staal met minder CO2-uitstoot te produceren. En vliegtuigen kunnen vliegen op synthetische brandstoffen, gemaakt van CO2 uit de atmosfeer en koolstofarme waterstof.


Onze welvaart is opgebouwd dankzij de energieboost die fossiele brandstoffen onze beschaving hebben gegeven. Daarom steunt onze maatschappij op een infrastructuur die gebaseerd is op het verbranden van fossiele brandstoffen en dus ook de uitstoot van CO2 . Klimaatverandering is dus vooral een techno-economisch infrastructureel probleem. Of om het eenvoudiger te zeggen: het is een kwestie van bouwen, bouwen en nog eens bouwen.


Klimaatvriendelijke technologie moet niet alleen ontwikkeld worden, ze moet ook voldoende goedkoop zijn. Pas dan kan ze op grote schaal ingezet worden en de fossiele ruggengraat van de economie vervangen door een koolstofarme. Dat kan met zonne-energie, windenergie, meer interconnectie, opslag, geavanceerde kernenergie,... De CO2 die daarna nog overblijft kan via zogenaamde ‘negatieve emissietechnologieën’ zoals ‘direct air capture’ (DAC), de verwering van olivijnmineralen of herbebossing uit de lucht verwijderd worden. Helaas is nog niet alle technologie om de klimaatopwarming onder controle te krijgen vandaag al beschikbaar. Daarom hebben we klimaatinnovatie nodig in al zijn vormen.


Minder vliegen zal de wereld niet redden als de vliegtuigen die wel blijven rondvliegen nog steeds CO2 uitstoten, of hun uitgestoten CO2 niet uit de lucht gezogen wordt.

In de jaren ‘70 werd zonne-energie als een verre, onhaalbare droom gezien. Het was te duur en te inefficiënt om ooit een beduidende rol te spelen. In 1965 kostte zonne-energie een duizelingwekkende 1865 dollar per watt. Ze waren enkel betaalbaar voor nichemarkten in de ruimtevaart, maar juist de ervaring die werd opgedaan in die heel specifieke toepassingen van zonnepanelen drukte de prijs geleidelijk aan omlaag. Het was als een bal die rustig begon te rollen en nooit gestopt is met steeds sneller te rollen, met een kostprijsdaling van een factor 10 in het voorbije decennium alleen al. Vandaag kost zonne-energie slechts 0,38 dollar per watt. Geen wonder dat directeur van het Internationaal Energieagentschap (IEA) Fatih Birol zonne-energie de “nieuwe koning van de globale elektriciteitsmarkt” noemt. In de jaren ‘70 hadden ze hem goed gek verklaard.


Het verhaal van zonne-energie toont dat innovatie onverwachte wendingen kan nemen. Net zoals geen enkele viroloog aan het begin van deze pandemie met 100% zekerheid kon voorspellen welk vaccin het eerst goedgekeurd zou worden, kan geen enkele energie-expert volledig zeker zijn welke klimaattechnologieën het winnende lot zullen trekken binnen enkele decennia. Laat staan hoe de energiemix in 2050 eruit zal zien. Innovatie is nu eenmaal een verhaal van enkele successen en vele mislukkingen. Elke technologie kan floppen en nooit van de grond komen. Zij het nu langdurige opslag van energie, goedkope waterstofelektrolyzers of geavanceerde kernenergie.


In 2020 kwam technologie ons wél redden.

Hadden we een nieuwe gentechnologie zoals mRNA-vaccins principieel uitgesloten van de race om het eerste vaccin, dan stonden we nu veel zwakker in de strijd tegen corona. Er zouden minder vaccins de eindmeet gehaald hebben, waardoor het nog langer zou duren om iedereen te vaccineren vanwege de beperkte hoeveelheid aan vaccins. Alle opties open houden maximaliseert onze kansen om zo snel mogelijk de eindeloze cyclus van verstrengingen en versoepelingen van de coronamaatregelen te doorbreken. Ook als het over klimaatverandering gaat, moeten we al het gereedschap gebruiken dat we hebben. Bepaalde technologieën, zoals kernenergie of ‘carbon capture and storage’ (CCS), op voorhand uitsluiten vanwege ideologische redenen is een wilde gok. Klimaatverandering draagt een te groot risico in zich om enkel afhankelijk te zijn van de ‘juiste’ technologieën, precies omdat niet elke potentiële technologie de eindstreep haalt. Net zoals een belegger niet alles investeert in slechts één aandeel, moeten we onze eieren in meerdere mandjes leggen.



Als er één belangrijke les is die 2020 ons leert is dat technologie ons wél kwam redden. Technologie kwam niet als een deus ex machina uit de lucht vallen. Integendeel zelfs, we versnelden de zoektocht naar een vaccin door enorme budgetten en mankracht in te zetten. Zonder technologie konden we ons enkel onderwerpen aan de grillen van dit onverbiddelijke virus, zonder een garantie te hebben dat we ooit back to normal zouden gaan. Als we ons afkeren van technologie riskeren we op dezelfde manier in een doodlopend straatje terecht te komen, waar we er niet meer in slagen om de CO2-uitstoot verder omlaag en uiteindelijk tot nul te krijgen. Minder vliegen zal de wereld niet redden als de vliegtuigen die wel blijven rondvliegen nog steeds CO2 uitstoten, of hun uitgestoten CO2 niet uit de lucht gezogen wordt.


De zoektocht naar het vaccin is als het ware een blauwdruk voor klimaatinnovatie. Het toont dat waar een wil is, een weg is, als we maar genoeg gewicht in de schaal leggen. Daarom moeten we vandaag innoveren zodat we in de wereld van morgen klimaatverandering de baas kunnen worden.