Waarom de Vlaamse industrie moet gaan voor duurzame innovatie

Bijgewerkt op: aug 12




Sinds maart 2020 staat de gemiddelde Vlaming elke ochtend op met een portie coronanieuws. In tussentijd zijn er velen die zich omgeschoold hebben tot hobby-viroloog.


Nochtans was er onder de radar nog een andere trend gaande, een die gemakkelijker werd opgepikt door optimisten dan door doemdenkers: het steeds sneller groeiende succes van “duurzaam ondernemen”.


Hernieuwbare energie is anno 2021 een “no-brainer”


Elon Musk is wellicht de bekendste groene ondernemer. Hij heeft als missie om het tijdperk van fossiele wagens zo snel mogelijk af te sluiten en lijkt goed op schema te zitten. De aandelen van Tesla zijn op minder dan 1 jaar tijd vertienvoudigd in waarde.


In het kielzog van Musk is er een ware boom ontstaan in de hernieuwbare energiemarkt. met een wereldwijde recordgroei van 45% in 2020 volgens het International Energy Agentschap. Groene ondernemers, zoals Vlaamse zonnepaneel-installateurs, hebben uitstekende zaken gedaan.



Bron: Pixabay


Moeilijkere tijden zijn het voor de oliegiganten. Neem het voorbeeld van British Petroleum (BP): het bedrijf kondigde in juli 2020 aan dat het 15% van haar werknemers wil laten afvloeien. De oliereus zal ook een hele reeks machines en installaties afstoten die in de nabije toekomst verouderd zijn. Dit allemaal dankzij de opkomst van hernieuwbare energie. BP verkondigde onlangs ook dat “Peak Oil”, misschien al in 2019 heeft plaatsgevonden, en dat de vraag naar olie enkel maar zal dalen. De piek van de aandelenprijs van BP ligt ook al meer dan 10 jaar achter ons. Voor het Nederlandse Shell is het verhaal gelijkaardig, met als klap op de vuurpijl de recente veroordeling door een Nederlandse rechtbank vanwege haar CO2-uitstoot.


De conclusie is duidelijk: fossiele brandstoffen hebben hun beste tijd gehad. Hoewel we er als consument of bedrijf nog steeds afhankelijk van zijn, richten toekomstgerichte ondernemers en investeerders hun blik al jaren op schone energie.


Dichter bij huis is Colruyt Group een vaste waarde op de hernieuwbare energiemarkt, en ook Umicore, de ooit zo vervuilende staalgigant, is de voorbije 10 jaar volledig overgeschakeld op het recycleren van metalen die de hernieuwbare energiemarkt ondersteunen. Een mooi voorbeeld zijn autobatterijen. Chemici en fysici weten dat metalen bijna eindeloos te recycleren zijn zonder kwaliteitsverlies.





Misschien toch maar iets minder vaak boterhamworst?


De hernieuwbare energiemarkt is gelukkig maar één voorbeeld van groen ondernemen. Ook in de voedingsindustrie waait er een nieuwe wind. Duurzamere en gezondere voeding zit al jaren in de lift. Industriële landbouwers krijgen het moeilijk en moeten hun toevlucht zoeken tot schaalvergroting, subsidies, lobbying en kostenbesparing. De lobbying rond de naambescherming van dierlijke producten sprak boekdelen. De vleesindustrie had ervoor gepleit om namen zoals 'veggieburger' of 'vegetarische worst' te verbieden, maar het Europees Parlement wees het voorstel af.


Bedrijven die plantaardige alternatieven ontwikkelen kunnen uitgaan van eigen sterkte. Ze zien hun business razendsnel groeien als gevolg van het groeiend bewustzijn van de consument. Ze zijn steeds beter op de hoogte van de impact van hun dagelijkse portie vlees en zuivel op het milieu en hun gezondheid.


“De Vegetarische Slager", een Nederlands bedrijf dat plantaardige vleesvervangers maakt, kon in 2020 een deal sluiten met Albert Heijn en is sindsdien bij veel Belgen en Nederlanders niet meer uit de winkelkar te slaan. Nog dichter bij huis heeft Colruyt Group recentelijk geïnvesteerd in “Kriket”, een startup die graanrepen maakt van krekels, een rijke bron van proteïnen en dus ook een mogelijke vleesvervanger.


De traditionele landbouwindustrie wordt dus voorbijgestreefd door nieuwe, groene spelers. De meeste innovatie in de voedingsindustrie situeert zich bij het ontwikkelen van plantaardige alternatieven die een lagere ecologische voetafdruk hebben en ook een pak gezonder zijn.



Circulaire Economie: het heruitvinden van de Europese industrie


Een derde categorie waar duurzame ondernemers de wind in de zeilen hebben, is de circulaire economie. De Europese Commissie beschouwt de circulaire economie als een fundamenteel onderdeel van de Europese industriële strategie. Een circulaire maakindustrie heeft twee cruciale voordelen. Door een kringloop te creëren van materialen kunnen we de afvalhoop sterk verminderen. Een tweede voordeel is dat we minder afhankelijk worden van grondstoffenimport uit landen zoals China.


De circulaire economie moet ervoor moeten zorgen dat Europa haar economische competitiviteit als regio weet te te bestendigen in de komende decennia. Een groot deel van de Europese fondsen voor wetenschappelijk onderzoek gaat naar innovaties in de circulaire economie. Ook bij vele steden en gemeenten is circulair een “hot topic”. Grotere bedrijven, maar ook KMO's en start-ups die bezig zijn met circulaire thema’s krijgen vandaag ondersteuning en subsidies van overheden op alle niveaus, van de gemeente tot de EU.


Slimme bedrijven hebben ingezien dat de circulaire economie nieuwe inkomsten kan genereren. Ze zorgt er ook voor dat ze minder onderworpen zijn aan stijgende grondstoffen- en transportprijzen en de toenemende concurrentie uit China.


Circulair is niet hetzelfde als (meer) recycleren


Belangrijk hierbij is het inzicht dat “circulaire economie” niet gewoon een nieuwe sexy naam is voor recycleren. De circulaire economie is eerder een manier om ervoor te zorgen dat recyclage eigenlijk niet eens nodig is. Neem bijvoorbeeld een kledingstuk: ondernemers kunnen inderdaad innoveren rond het hergebruiken van stoffen, zodat kleding gemakkelijker kan worden gerecycleerd tot nieuwe kleding of tot andere producten. Maar ze kunnen eveneens innoveren rond de verlenging van de levensduur van kledingstukken, door andere stoffen te gebruiken of minder “modegevoelige” kledij te maken. Of het vereenvoudigen van de herstelbaarheid bij letterlijke kleerscheuren.


Dit zijn slechts drie voorbeelden van wat duurzame innovatie concreet kan betekenen. En we staan gelukkig nog maar aan het begin. In het volgende deel zullen we verkennen wat de circulaire economie zal betekenen voor de mode-industrie, de digitale economie en de maakindustrie. Stay tuned!



Nele Van Campfort is politiek econoom en ondernemer. Ze is gespecialiseerd in verduurzaming en digitalisering van de maakindustrie. Je kan haar volgen op LinkedIn en op Twitter