• Thomas Rotthier

Uitbuiting in het Zuiden: wat kunnen we eraan doen?





We leven in een zeer ongelijke wereld. In Afrika en Azië leven miljoenen mensen van enkele dollars per dag, elke dag strijdend tegen de honger. Ze zijn daardoor extra kwetsbaar voor uitbuiting. Dit is een schrijnend en moeilijk oplosbaar probleem, omdat deze mensen vaak in de steek gelaten worden door hun eigen overheid. Toch wil ik in dit stuk op zoek gaan enkele oplossingen.

De grondstoffenrace

Als gevolg van de groene energietransitie is er sinds een tiental jaren een wereldwijde jacht naar nieuwe grondstoffen losgebarsten. Om voldoende windmolens, zonnepanelen en autobatterijen te bouwen zijn er massa’s zeldzame aardemetalen (rare earth elements), koper, kobalt en lithium nodig.

Eigenlijk zijn deze zeldzame aarden niet zo zeldzaam, ze komen vaak voor in de aardkorst. Maar om ze te ontginnen heb je ertsen nodig voldoende rijk zijn aan zeldzame aarden, anders is het niet rendabel. Het probleem met zeldzame aarden is vooral geopolitiek: de mijnen liggen in landen met instabiel of autoritair regime. Zo komt het meeste kobalt uit Congo, het meeste lithium uit Chili en worden andere zeldzame aardmetalen, zoals neodymium en praseodymium, vooral gedolven in China.




Koloniale voorgeschiedenis

Om de huidige grondstoffenhandel tussen ontwikkelingslanden en rijke landen te begrijpen, moeten we terugspoelen naar de tijd van het kolonialisme. De geschiedenis van Belgisch-Congo is het meest bekende en schokkende voorbeeld. Na de Conferentie van Berlijn in 1878 werd Congo het persoonlijke bezit van koning Leopold II. Hij zag in de rubberbomen in Congo een ware goudmijn. De rubberontginning ging gepaard met massale dwangarbeid, verminkingen en zelfs genocide. Dorpen die niet genoeg rubber leverden werden in brand gestoken. Door het wanbeheer van Leopold II nam de Belgische regering de kolonie over in het begin van de 20ste eeuw. Maar de roof van grondstoffen ging gewoon door zoals voorheen. Belgisch-Congo was natuurlijk maar één voorbeeld. Ook landen als Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Portugal en Spanje maakten zich schuldig aan het uitbuiten en onderwerpen van volkeren in Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

De erfenis van het kolonialisme

Bij het koloniseren van Afrikaanse en Aziatische landen installeerden Europese kolonialisten ‘extractieve instituties’. Dit zijn instituties zoals onteigening en dwangarbeid, die gehanteerd worden door de besturende elite om zichzelf te verrijken. De rest van de bevolking wordt gedwongen om de vruchten van hun arbeid af te staan aan de elite. Dit systeem wordt beschreven in het boek Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm van Daron Acemoglu en James Robinson.

Het koloniaal systeem was erop gericht om zoveel mogelijk bodemschatten, suiker, tabak en katoen uit de kolonie te halen. Al het werk werd verzet door inheemse dwangarbeiders in mijnen en plantages. De grondstoffen en producten werden vervolgens verscheept naar Europa om daar verkocht te worden. De diefstal van grondstoffen, land en arbeid was al erg genoeg, maar het ergste gevolg van het kolonialisme was het verder bestaan van de extractieve instituties na de kolonisatie. In de periode tussen de Tweede Wereldoorlog en 1970 ontstond de dekolonisatiebeweging, waardoor er een heleboel nieuwe, onafhankelijke staten ontstonden. Tragisch genoeg werd het leven van de bevolking er nauwelijks beter op. De bevolking van de oud-kolonies werden nog steeds onderdrukt, dit keer door hun eigen leiders. Die gingen op hetzelfde élan verder als de Europese kolonisten.

Eén van de meest flagrante voorbeelden was Mobutu Sese Seko, die Congo leegplunderde voor eigen gewin. Hij bouwde paleizen in de jungle en stak andere politici smeergeld toe zodat ze loyaal bleven aan hem. Doordat Mobutu en andere Afrikaanse dictators niet zorgden voor degelijke scholen, wegen of elektriciteitsvoorziening bleef de economie achteruitboeren. Daardoor bleven de Congolezen straatarm en werd de samenleving ernstig verzwakt. Dat is vandaag nog steeds zo.

Bloederige etnische conflicten maken de situatie nog erger. En zo komen we uit bij de mijnbouw van kritische metalen. Een deel van kobaltmijnen zijn in handen van rebellenmilities, en zij zetten kinderen in als goedkope arbeidskrachten. Als Congo een voldoende gecentraliseerd en democratisch bestuur had, was dit waarschijnlijk niet gebeurd, maar de erfenis van de kolonisatie van Congo heeft het land in een spiraal van geweld, onvrijheid en armoede gestort.




Wat kunnen we doen?

Het is wrang om vast te stellen dat veel metalen die in onze smartphones, computers en elektrische wagens zitten, afkomstig zijn van mijnen waar kinderen in gevaarlijke en mensonwaardige omstandigheden moeten werken. Er zijn verschillende acties mogelijk door individuen, bedrijven en overheden. Als individu kunnen we een Fairphone kopen. Dit bedrijf dat deze smartphones maakt, gebruikt enkel metalen die op een ethische manier gewonnen zijn, met respect voor mensenrechten en milieu. Dit is al een goed begin.

Een nog belangrijkere stap is om de grote smartphone- en batterijproducenten mee in het bad te krijgen. Apple en Google werden in de V.S. aangeklaagd door Congolese families wiens kind verminkt was geraakt of gestorven in een kobaltmijn. Door de publieke verontwaardiging hierover worden deze bedrijven onder druk gezet om beter toezicht te houden op hun toeleveringsketens. Dit kan de situatie verbeteren. Als grote bedrijven enkel zaken willen doen met uitbaters van mijnen die de mensenrechten respecteren, zullen de andere mijnen hopelijk voldoende gestimuleerd worden om geen kinderen meer in dienst te nemen en hun arbeiders beter te behandelen.

Tot slot zou ook de Congolese overheid meer controle kunnen uitoefenen. Westerse landen die handel drijven met Congo zouden in handelsakkoorden kunnen zetten dat de Congolese overheid haar bevolking beter moet beschermen tegen mensenrechtenschendingen. Maar dit is geen gemakkelijke opdracht. De Congolese overheid is nog steeds zwak én corrupt, en het ziet er niet naar uit dat dit op korte termijn zal verbeteren. Het zullen dus vooral Westerse bedrijven, de VN en ngo’s zijn die moeten proberen om de situatie ter plekke te verbeteren.

Europese mijnen

Er is nog een andere mogelijkheid om deze uitbuiting tegen te gaan. Europa zou zelf mijnen kunnen bouwen voor zeldzame aarde-metalen. Op dit moment schuiven we de milieulast van zulke mijnen af op landen als China, Congo en Chili. Het voordeel van Europese mijnen is dat er geen kinderarbeid en geen uitbuiting (of alleszins veel minder) zou plaatsvinden omdat hier de arbeidsnormen veel hoger liggen. We zouden het ook op een milieuvriendelijkere manier kunnen dan in arme landen omdat we hier over betere technologie beschikken. De vraag naar zeldzame aarde-metalen zal sowieso blijven stijgen, jaar na jaar. Dus Europese mijnbouw is zeker geen overbodige luxe.

Een andere manier om zeldzame aarden te winnen is door ze te hergebruiken via zogenaamde ‘urban mining’. Hierbij worden kapotte of versleten smartphones, lithiumbatterijen en elektrische motoren ingezameld, waarna de metalen worden gerecupereerd. Het probleem is dat de huidige smartphones niet circulair ontworpen zijn. Het kost te veel moeite om producten uit elkaar te halen en de waardevolle materialen te recupereren. In de toekomst zullen producten dus beter ontworpen moeten worden. Onderzoeker Peter Tom Jones (KUL) werkt met het Demeter-project aan een elektrische motor waarbij de metalen er makkelijk uit te halen zijn. Nadien moet de productie van deze motoren nog opgeschaald worden. Door meer zelfvoorzienend te worden kunnen Europese landen meer druk zetten op regimes waar de mensenrechten geschonden worden. We zullen dan minder afhankelijk zijn van mijnen in Congo, China en Chili. Als deze landen handel willen drijven in grondstoffen, kan Europa eisen dat de overheden beter toezien op de mensenrechten en het milieu.

Herstelbetalingen of donaties?

Wat dan met de verantwoordelijkheid voor de vroegere kolonisatie? Moeten Europese landen herstelbetalingen doen aan oud-kolonies? In principe zijn we die betalingen zeker aan hen verplicht. Zoals ik al zei heeft het koloniale bestuur veel landen in het Zuiden op het pad gedreven van onvrijheid en armoede. Het probleem is echter dat de herstelbetalingen in handen zouden komen van de autoritaire en corrupte leiders die nu aan de macht zijn. De kans is groot dat die leiders het geld voor henzelf houden en de bevolking laten stikken. We zouden kunnen proberen om het geld tot bij de gewone man of vrouw te krijgen maar dat is niet zo evident.

Een andere manier om de mensen in het Zuiden uit het slop te trekken, is manieren bedenken om de samenleving daar te versterken. Westerse ngo’s kunnen mensen leren hoe ze zich moeten organiseren en hoe ze hun rechten kunnen opeisen. Maar de eerste noodzakelijke stap is het bestrijden van armoede en dodelijke infectieziekten. Als mensen straatarm of ziek zijn, kunnen ze zich niet organiseren. Daarom focussen effectief altruïsten, een nieuwe lichting goeddoeners, eerst op het bestrijden van armoede en infectieziekten in ontwikkelingslanden. Dit doen ze via gerichte donaties aan goede doelen waarvan bewezen is dat ze enorm effectief zijn.

Effectief altruïsme is gegroeid vanuit geëngageerde individuen. De vraag is of westerse overheden ook bereid zijn om aan effectief altruïsme te doen. Een andere vraag is of dat ook zou werken. Overheden hebben hun eigen belangen en dat zou de zaak kunnen schaden. Ik weet niet of effectief altruïsten hierin . Als individu of organisatie kunnen we in ieder geval wel in actie schieten. Effectief altruïst Stijn Bruers wijst erop dat iedere Belg jaarlijks 1000 euro ‘steelt’ van mensen uit het Zuiden door de goedkope grondstoffen die we daar weghalen. We kunnen deze schade compenseren door te doneren aan effectieve goede doelen die extreme armoede en ziekte in het Zuiden bestrijden.

Conclusie

De ontginning van grondstoffen in algemeen en zeldzame aarden in het bijzonder gaat gepaard met dwangarbeid, kinderarbeid en milieuschade in het Zuiden. Die uitbuiting wordt veroorzaakt doordat de overheid in de desbetreffende landen te corrupt en te zwak is om controle uit te oefenen op de mijnen.

Wij in het westen dragen hier mee verantwoordelijkheid voor omdat die grondstoffen in onze producten zitten. We kunnen de menselijke en ecologische schade (deels) verminderen via verschillende maatregelen. Bedrijven zoals Google, Apple en Tesla kunnen enkel metalen afnemen van mijnen waar de mensenrechten en het milieu worden gerespecteerd. Europese landen kunnen hun eigen mijnen voor zeldzame aarden, lithium en kobalt bouwen. En wij kunnen als burgers mensen in het Zuiden helpen door te doneren aan effectieve goede doelen, zodat ze niet gedwongen worden om in ongezonde mijnen te werken.