Hoe vlees en bioproducten de boskap in de hand werken


Op de klimaattop in Glasgow hebben 122 landen aangekondigd dat ze ontbossing zullen stoppen tegen 2030. Momenteel wordt bijna de helft van de bewoonbare oppervlakte op aarde ingenomen voor voedselproductie. Landbouw is dan ook met stip de belangrijkste oorzaak van de huidige biodiversiteitscrisis. Desondanks wordt voorspeld dat de wereldbevolking zal toenemen tot bijna 10 miljard tegen 2050. In een studie van de Verenigde Naties (VN) wordt geschat dat er 56 procent meer calorieën nodig zullen zijn tegen 2050, in vergelijking met 2010, waardoor een oppervlakte twee maal zo groot als India extra omgezet moet worden in landbouwgrond. Zolang er nood is aan extra voedsel zal het onmogelijk zijn om verdere vernietiging van bossen, savannes en oerwoud te stoppen. Daarom moet (i) de vraag naar voedsel verminderen en (ii) meer voedsel geproduceerd worden op eenzelfde oppervlakte. In overeenstemming met de adviezen van de VN kan dit enkel als de vleesconsumptie vermindert en landbouwproductiviteit verder stijgt. Toch beslist Europa om in te zetten op een landbouwsysteem met een lagere productiviteit en zal Vlaanderen de veestapel niet afbouwen. Vleesconsumptie verminderen Maar liefst drie kwart van de landbouwgrond op aarde wordt gebruikt voor het onderhoud van de veestapel, terwijl deze maar 17 procent van onze calorieën levert. In tegenstelling tot de discussie om de Vlaamse veestapel al dan niet af te bouwen zou het beleid moeten inzetten op het verminderen van de vleesconsumptie, wat op termijn automatisch zal leiden tot een verkleinde veestapel. Een voor de hand liggende maatregel is promoten van een verschuiving in eetgewoonten richting vlees- en zuivelalternatieven, gaande van plantaardige- en insectenproteïnen tot in het labo gekweekt vlees en melk. Op dit moment zijn de niet-dierlijke alternatieven vaak duurder. Door de milieu-impact te verrekenen in de voedselprijs kan je vlees- en zuivelvervangers significant goedkoper maken dan dierlijke producten. Verhoog de Europese landbouwproductiviteit De Europese Farm2Fork-strategie (F2F) heeft de ambitie om tegen 2030 een vierde van het Europese landbouwgebied te gebruiken voor biologische voedselproductie en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met de helft te laten dalen. Vier grote onderzoeksgroepen, waaronder de studiedienst van de Europese commissie (JRC), hebben de impact van de F2F-strategie op klimaat en landgebruik berekend. Zij komen tot de conclusie dat dit Europese plan zal leiden tot het verhogen van de benodigde landoppervlakte per persoon. Gemiddeld wordt een productiviteitsverlies van 10 procent voorspeld door het JRC. De universiteit van Kiel projecteert een extra omzetting van maar liefst 1,5 miljoen ha bos in landbouwgrond. Daarboven komen ze tot de harde conclusie dat de F2F-strategie niet geschikt is om de klimaatopwarming te bestrijden én dat de voedselprijzen zullen stijgen. Recent is er een studie verschenen die informatie van meer dan 2.500 individuele planten-, insecten- en vertebratensoorten op vijf verschillende continenten heeft bekeken. De conclusie is duidelijk: de soortenpopulaties zijn het grootst indien landbouw wordt beperkt tot een zo klein mogelijke, hoogproductieve oppervlakte, in combinatie met het vrijwaren van natuurgebied, een landbouwmodel gekend als land sparing. Ondanks deze overtuigende wetenschappelijke kennis laat Europa de kans liggen om te kiezen voor dat model. Uiteraard moet ook ingezet worden op het verkleinen van de negatieve milieu-impact van landbouw. Daarom ligt de sleutel in agro-technologieën die de productiviteit verder verhogen én de negatieve impact op de omgeving verlagen. Het is frappant dat Europa nog steeds het gebruik van genetisch gemodificeerde (GG) gewassen verbiedt. Een studie die resultaten over 20 jaar vergelijkt, komt tot de conclusie dat bij het gebruik van GG-gewassen er gemiddeld 37 procent minder gewasbestrijdingsmiddelen worden gebruikt, de opbrengst met 22 procent stijgt en de winst van boeren 68 procent hoger is. Wie nog steeds gelooft dat GGO’s onveilig zijn moet ten strijde trekken tegen het advies van bijna alle grote wetenschappelijke instituten, waaronder de World Health Organisation (WHO), International council of Sciences, The United States National Academia of Sciences en de European Science Advisory Council. Ruimte voor natuur Met het huidige beleid zal Europa (Vlaanderen incluis) beduidend meer voedsel moeten importeren tegen 2030. Dat zal een negatieve impact hebben op de mondiale boskap. Laten we daarom beleid voeren dat focust op minder landgebruik door in te zetten op verminderen van de vleesconsumptie, hoogproductieve landbouw en het gebruik van alle technologieën met een bewezen dienst voor de samenleving.